maandag 11 januari 2010

5 Dagen kinderopvang.

Goede kinderopvang is niet schadelijk
Geplaatst op: 23-02-2009
Beoordeling:
Stuur door Print Lettergrootte

Als de kwaliteit van de kinderopvang goed is, kan een kind best 5 dagen in de week naar de crèche.
Veel ouders voelen zich schuldig als ze hun kinderen vaak naar een kinderdagverblijf moeten brengen. Ouders hebben dan al snel het gevoel dat ze hun kinderen te kort doen. De vraag is of dat terecht is. De gedachte is hier al snel: waarom kies je voor kinderen als je er niet zelf voor kunt of wilt zorgen? We legden het voor aan Louis Tavecchio, bijzonder hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. Is 5 dagen per week opvang dan niet te veel?Tavecchio: 'Nee. In veel andere westerse landen is het heel normaal om kinderen 5 dagen in de week naar de crèche te brengen. In Scandinavië staat zelfs in de grondwet omschreven dat kinderen recht hebben op kinderopvang. Daar vinden ze het bij wijze van spreken onacceptabel als je kinderen zo’n professionele opvoeding ontneemt. Er is veel onderzoek gedaan naar de effecten van veel opvang op kinderen. Daar is niet overtuigend uit naar voren gekomen dat 5 dagen per week kinderopvang kinderen schaadt.'Betekent dit dat kinderopvang nooit slecht is?'De hoeveelheid opvang speelt maar een beperkte rol. Het is vooral de kwaliteit van de opvang waar kinderen baat bij hebben, of juist onder lijden. Dat moet je dan afzetten tegen de kwaliteit van de thuissituatie. Als kinderen met een slechte thuissituatie op een kinderopvang komen van slechte kwaliteit, dan kan het zijn dat ze zich daardoor minder goed ontwikkelen dan andere kinderen. Maar kinderen met een slechte of matige thuissituatie en een goed kinderdagverblijf, kunnen zich daar al snel aan optrekken. Andersom: kinderen met een goede thuissituatie hebben niet snel te lijden onder een slecht kinderdagverblijf. Je moet het wel heel bont maken om die kinderen schade toe te brengen.'Hoe is de kwaliteit van de kinderopvang in Nederland?'Redelijk. Het kan zeker beter. In Scandinavië heb je bijvoorbeeld minimaal een HBO-opleiding nodig om op een kinderdagverblijf te werken. Je kunt zelfs voor het vak van pedagogisch medewerker doorleren tot aan de universiteit. In Nederland hebben de leidsters een MBO-opleiding. Over het algemeen zijn ze best warm en lief. Maar ze zijn minder goed in het stimuleren van de cognitieve vaardigheden en de begeleiding van de interactie tussen kinderen.'Hoeveel dagen kinderopvang in de week vindt u ideaal?'Ik zou zeggen 3 tot 3,5 dag en dan 1 mama- én 1 papadag. Dat betekent niet dat ik het verkeerd vind als mensen voor 5 dagen kiezen. Maar als je allebei een dag voor je kind vrijmaakt, dan is het gemakkelijker om een betekenisvolle band met hem of haar op te bouwen. Bovendien houd je dan nog tijd over voor jezelf en elkaar. En dat is belangrijk voor een ontspannen sfeer in het gezin. Want als je gespannen bent, dan straal je dat onbewust uit. Dat pikken kinderen heel snel op en daar lijden ze wel onder. Het is belangrijk om dat te voorkomen.'Auteur: Maaike Tindemans, in samenwerking met Louis Tavecchio, bijzonder hoogleraar pedagogische aspecten en kwaliteit van kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam.

bron: www.dokterdokter.nl

Ik vind 5 dagen kinderopvang wel te veel.
Het ligt er natuurlijk wel aan of het kind hele of halve dagen is.
5 Halve dagen vind ik dan nog wel ok, omdat het kind niet alle volle doordeweekse dagen op het kinderdagverblijf doorbrengt.
maar een kind dat 5 hele dagen op het kinderdagverblijf is vind ik te veel, het kind is nog meer bij de leidster dan met de ouders, dat vind ik erg!

Zindelijkheid.

Opvoeding en gedrag - Zindelijkheid
16 maart 2007

Is zindelijkheid iets wat je kunt trainen? Nee. Het enige wat je kunt doen, is je kind begeleiden bij het zindelijk worden. Maar hoe moet dat dan? Wanneer kun je ermee beginnen? Wat doe je aan potjesangst en hoe reageer je op een terugval?

Alles over zindelijk worden
door Marloes van Beers

Zindelijkheid is: gecontroleerd plassen en poepen op een plaats die daar speciaal voor bedoeld is. 'Gecontroleerd' wil zeggen dat het kind er echt controle over heeft. Hij moet dus z'n plas en z'n poep kunnen ophouden, en zelfstandig kunnen reageren op aandrang, door zelf naar een speciale plek te gaan om te plassen of te poepen.
In principe kan een kind al vóór zijn 2e jaar zijn behoefte doen op een vaste plek, maar dan moeten zijn ouders hem daar wel neerzetten. Dat wordt dus geen zindelijkheid genoemd, omdat het kind dan niet zelfstandig reageert op de aandrang. Deskundigen noemen dit 'opvanggedrag'.
Wanneer wordt een kind zindelijk?In Westerse landen worden de meeste kinderen tussen de 24 en 36 maanden overdag zindelijk. Vervolgens duurt het nog 6 tot 12 maanden extra voordat een kind ook 's nachts zindelijk is. Meisjes worden over het algemeen iets eerder zindelijk dan jongens.
Dat de meeste kinderen met 3 jaar zindelijk zijn, betekent dat er ook kinderen zijn die pas later zindelijk worden. Dat zijn er zelfs behoorlijk veel. Maar liefst 25 à 30% is pas na het 4e jaar helemaal zindelijk.
Je mag van een kind verwachten dat het (overdag) zindelijk is met 5 jaar, omdat pas dan alle organen die een rol spelen bij de zindelijkheid volledig zijn uitgerijpt. En bedplassen is pas een erkend probleem als het kind ouder is dan 6 jaar. Overigens plast één op de zes 5-jarigen 's nachts nog wel eens in bed. Bij 6-jarigen is dit één op de tien.

bron: www.ouders.nl


ik vind dat als het kind aangeeft dat hij op de wc wil, dat je er dan mee moet beginnen.
er moet wel duidelijk worden gemaakt dat het kind geen luier meer omheeft en naar de wc moet gaan.

ik heb wel eens gezien dat de ouders zeiden dat het kind zindelijk was, zonder dat het kind het was.
soms had het kind dan een luier om en soms niet, dan is het voor het kind niet meer duidelijk of hij nou op het potje of de wc zijn/haar behoefte moet doen.

ik vind daarom dat je duidelijk moet zijn tegenover het kind waar het over gaat door spelende wijs, door bv een boekje over naar de wc gaan voor te lezen, waardoor het kind beter begrijpt wat de bedoeling ervan is.

VVE

VVE-programma:
Gehanteerd wordt de omschrijving zoals die vanaf de eerste VVE-regeling (mei 2000)
door het rijk is aangehouden. Een omschrijving gebaseerd op de elkaar versterkende
adviezen en rapporten van respectievelijk de Onderwijsraad, de meta-evaluatie van
Leseman, de evaluatie van de experimenten Kaleidoskoop en Piramide en het OESOrapport
Starting Strong:
• Vroeg aanvangend (2 - 3 jarigen);
• “centre based” (peuterspeelzaal, kinderopvang, basisschool);
• “doorlopend tot in het basisonderwijs” (groep 1 en 2), dus longitudinaal;
• intensief (vier dagdelen per week);
• goed opgeleid personeel (getraind om met VVE-programma te werken);
• Een keuze uit de programma’s Piramide, Kaleidoscoop en Startblokken of een
ander door de gemeente gekozen programma.
b. Doelgroep:
De doelgroep wordt gevormd door kinderen “met een leerlinggewicht groter dan 1.0”.
Bepalend voor toekenning van een gewicht is het opleidingsniveau van ouders en het
land van herkomst. In het basisonderwijs worden deze gegevens bij aanmelding aan
ouders gevraagd. Deze systematiek kan ook worden gehanteerd om bij entree in de
voorschoolse voorziening (peuterspeelzaal/kinderopvang/voorschool), of nog eerder
(consultatiebureau i.v.m. vroegsignalering), te bepalen of het kind tot de doelgroep
behoort. Overigens wordt de gewichtenregeling in 2006 herzien.

bron: www.onderwijsachterstanden.nl/

bij mij op stage doen ze aan VVE.
ik vind het goed dat dit word gedaan, vooral voor kinderen met een achterstand is dit een mooie oplossing om hen achterstand iets in te halen, en op een rustige manier iets te leren, om mee te kunnen komen met de rest van hen leeftijdsgenoten.

autisme

Autisme
Het is inmiddels een veel gehoord onderwerp. Het lijkt wel alsof er tegenwoordig veel meer autistische kinderen zijn dan vroeger. Natuurlijk waren die er vroeger ook, maar er is inmiddels veel meer aandacht voor autisme en aan autisme gerelateerde afwijkingen. En er wordt gelukkig steeds meer bekend over de verschillende stoornissen in het autistisch spectrum.
Niet elk kind met autisme heeft last van dezelfde stoornissen. Je kunt dan ook niet spreken van een stoornis maar van een spectrum van autistische stoornissen waarbij de aard van de stoornissen en de ernst ervan kunnen verschillen.
Wat is autisme?
google_protectAndRun("render_ads.js::google_render_ad", google_handleError, google_render_ad);
Heel kort gezegd is autisme een aangeboren stoornis die zich kenmerkt door een afwijkende sociaal-emotionele ontwikkeling en een gebrekkige ontwikkeling in taal en communicatieve vaardigheden. Maar wat houdt dat nou precies in? Hoe komt dat? Er wordt nog veel onderzoek gedaan naar hoe deze stoornis. Hieronder proberen we wat meer voorbeelden te geven om een klein beetje inzicht te krijgen in het probleem dat autistische kinderen hebben.
Een kind met autisme of een autisme verwante stoornis ervaart de wereld totaal anders dan "normale" mensen dat doen. Waar een kind zonder autistische stoornis direct een groep rouwende mensen herkent op een tekening, zal een autistisch kind eerst de bank en de koffer aanwijzen en dan pas zien dat er ook mensen staan, en pas dan gaan nadenken wat ze doen of hoe ze zich voelen en waarom. Autisme wordt ook wel een informatieverwerkingsstoornis genoemd. De informatie, de waarneming, komt bij mensen met een dergelijke stoornis niet als een geheel binnen ("een groep rouwende mensen") maar in losse delen binnen, en moet eerst als een soort puzzel in elkaar worden gezet. Vooral ook de waarneming van gezichten, uitdrukkingen en emoties zijn moeilijk.
Moeilijk
Een kind met autisme moet dus eerst alle losse delen samen tot een logisch geheel vormen. Het duurt dus langer voor een kind begrijpt wat er in de omgeving gebeurt. Uit de omgeving komen heel veel prikkels binnen, en een autistisch kind kan moeilijk onderscheid maken welke van die prikkels op dat moment "belangrijk" zijn. Zo hoort een kind in de klas het geroezemoes van de andere kinderen even hard als de juf die voorin iets staat uit te leggen, ziet hij buiten vogeltjes vliegen en ga zo maar door. Waardoor het voor dit kind moeilijker is dan voor kinderen zonder een autistische stoornis om zich te concentreren op wat op dat moment van belang is, het luisteren naar wat de meester uitlegt.
Kinderen met autisme hebben moeite met het 'ontcijferen' van de voor ons duidelijke leefomgeving. Dat wil zeggen dat zij moeite hebben met het verlenen van betekenis aan dingen. Zij weten niet wat komen gaat of wat van hen verwacht wordt. Bijvoorbeeld in relaties met kinderen onderling (wat wil hij van me, waarom zegt hij dat, wat betekent die blik?) En dat leidt tot stress en angst. Waardoor autistische kinderen soms heel erg boos of juist teruggetrokken kunnen reageren. En eigenlijk is dat best begrijpelijk als je je voorstelt hoe moeilijk het kan zijn om in een wereld te leven waarvan je helemaal niets begrijpt. Ook verlenen zij excessief belang aan bepaalde volgorden van gebeurtenissen en bepaalde handelingen. Dit in een poging om orde in de chaos te scheppen.

Bij mij op stage zit ook een autistisch kind, en in het begin dacht ik meteen dat gaat heel moeilijk worden, maar als je een beetje weet wat het kind wel en niet kan hebben, is er makkelijker mee om te gaan.
als wij het heel druk hebben in de groep, spreek in of een leidster met het kind af dat hij even ergens anders mag zitten, zodat hij daar rustig kan spelen zonder dat hij er last van heeft.

ADHD

Hoe ga je best om met een ADHD kind?

Wees positief in de gesprekken dat je voert met je kind. Doe je bezorgdheid om hen en zeg hen dat je altijd bereid bent hen te helpen als het nodig is. Voor een kind met ADHD betekent dit dat ze steeds kunnen terugvallen op iemand die meer controle heeft en alles duidelijker op een rijtje kan plaatsen.
Het is ook belangrijk om de school zo snel mogelijk op de hoogte te brengen van het feit dat je kind ADHD heeft. Wederzijdse communicatie over het gedrag van het kind is heel bevorderlijk. Behandel je kind zoals je zelf wil behandelt worden.
Wees proactief. Als je kind verandert van klas neem contact op de leraar en bespreek met hem de typische gedragen die hij kan verwachten eigen aan ADHD. Vertel hem dat ADHD kinderen het best leren op een manier waar ze actief en fysisch bij betrokken zijn.
Je kan je kind ook helpen door structuur aan te bieden. Help je kind organiseren. ADHD kinderen zijn meestal vrij chaotisch. Maak een dagplanning, schakel routines in zodat hij een patroon heeft waar hij zich kan aan houden en in herkent. Plaats de geplande activiteiten op een kalender zodat hij er steeds kan naar terug grijpen als hij iets vergeten heeft. Kinderen met ADHD hebben nood aan duidelijke regels en afspraken. Beloon hem ook als hij zich aan de afspraken houdt.
ADHD kinderen zijn meestal achter in het leerproces ten opzichte van de klasgenoten. Hou daar rekening mee en straf hem daar niet voor. Op gebied van taal en rekenen vertonen ze dikwijls een achterstand. Ze leren ook niet zo snel uit de fouten dat ze maken, ze hebben meer tijd nodig dan anderen. Probeer daar niet gefrustreerd of boos over te geraken want dat is eigen aan ADHD. Benader het kind altijd positief en stimuleer het in zijn kwaliteiten. Kinderen met ADHD krijgen dikwijls altijd negatieve kritiek en worden heel veel gestraft omwille van ongecontroleerd gedrag. Daarom is het belangrijk dat er een persoon die positief bekrachtigt.




bron: http://www.bachbloesemadvies.be

kinderdepressie

Kenmerken van een kinderdepressie
Minstens vijf van de volgende kenmerken moeten aanwezig te zijn om een kind depressief te noemen, waarbij in ieder geval sprake is van kenmerk 1 of kenmerk 2:
1. een sombere, neerslachtige stemming: het kind is verdrietig, treurig zonder dat daar een duidelijke reden voor is. Het kind is moeilijk op te vrolijken; of een prikkelbare stemming: het kind is snel geïrriteerd, knorrig, plotseling boos, agressief, zoekt ruzie; of afwisselend sombere en prikkelbare stemming,2. duidelijke vermindering van interesse of plezier in alle of bijna alle activiteiten en in het omgaan met anderen,3. abnormaal weinig of juist veel eetlust, abnormaal verlies of toename van gewicht (bij kinderen komt dit wat minder voor dan bij volwassenen)
4. slaapproblemen (moeilijk in slaap vallen, wakker worden midden in de nacht, veel vroeger dan normaal wakker worden) of te veel slapen (moeilijk wakker kunnen worden, veel langer slapen dan normaal, meer overdag slapen),
5. rusteloosheid of juist extreme sloomheid en ongemotiveerdheid,
6. vermoeidheid of verlies van energie,
7. gevoelens van waardeloosheid of buitensporige, onterechte schuldgevoelens,
8. verminderd vermogen tot nadenken of concentreren,
9. terugkerende gedachten aan de dood, terugkerende gedachten aan zelfdoding, het maken van plannen voor zelfdoding of een poging tot zelfdoding. Deze kenmerken mogen niet tot de symptomen van een ziekte behoren (bijvoorbeeld een schildklierafwijking) of het gevolg zijn van het gebruik van alcohol, drugs of medicijnen. Andersom kan een depressie wel de oorzaak van alcohol- of drugsmisbruik zijn: door veel te drinken of drugs te gebruiken kan een tiener proberen zijn somberheid te ontvluchten.

hoe zou jij met kinderdepressie omgaan?





bron: http://wijhebbenietsmetadhd.web-log.nl

kindermishandeling

Lisa's geheim
Lisa zit op bed met haar knuffel Gijs.Aan hem vertelt Lisa al haar geheimen.Nu praat Lisa ook tegen haar knuffelbeer, over gisteravond.'Ik keek televisie en toen gebeurde het weer.Mama werd heel boos.Ze trok me aan mijn staart overeind.Ruim je schooltas op, schreeuwde ze en ze begon te slaan.Het deed pijn en ik rende naar mijn kamer.Toen ben ik huilend in bed gekropen.Waarom doet mama dat toch iedere keer?', fluistert Lisa tegen Gijs.Ze aait de knuffel over zijn kop.Jammer dat een knuffelbeer niks terug zegt.Lisa zet Gijs op bed en kleedt zich aan.Ze heeft overal pijn.Ze gaat naar de woonkamer en eet een boterham.'Je moet op school maar niet over gisteravond praten', zegt Lisa's moeder.'Iedereen heeft wel eens ruzie.Dat is heel normaal.'
Op school is Lisa heel stil.Tijdens het speelkwartier doet de klas tikkertje.Lisa zou graag meedoen.Maar als ze zich beweegt, doet dat ontzettend pijn.Ze heeft overal blauwe plekken.'Doe je niet mee?', vraagt de juf en geeft Lisa een klopje op haar schouder.Dat klopje doet pijn en Lisa's gezicht vertrekt.'Sorry', zegt de juf.'Ik wist niet dat je last had van je schouder.Hoe kom je aan die pijn?'Lisa twijfelt. Zal ze het vertellen?Eigenlijk mag dat niet van mama.Wat zou er gebeuren als ze het wel vertelt?Lisa wil er zo graag met de juf over praten.Want Gijs is wel lief, maar een knuffel praat nooit terug.De juf kan wél vertellen of het normaal is dat mama haar slaat.Lisa zucht diep en vertelt haar geheim.Ze vindt het fijn om er met de juf over te praten.De juf gaat zoeken naar een oplossing.

Wat zou jij doen als je het idee hebt dat een kind in je omgeving mishandeld word?