Posts tonen met het label Beweegspelletjes bij liedjes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beweegspelletjes bij liedjes. Alle posts tonen

dinsdag 20 januari 2009

Jan Huigen in de ton.

de uitleg:
Houd de handen van het kindje vast.
Je zingt het liedje en draait een rondje.
Op "de ton die viel in duigen" val je allebei op de grond.


Jan huigen in de ton
Met een hoepeltje erom
Jan huigen, jan huigen
En de ton die viel in duigen



bron: http://www.peuterplace.nl/

Twee handjes op de tafel

Een leuk spelletje om aan tafel te spelen.
De tekst van het versje spreekt voor zich.

Twee handjes op de tafel
Twee handjes in de zij
Twee handjes op de schoudertjes
Op het hoofdje allebei
Nu maken we twee vuistjes
Zo stevig als het maar kan
Daar gaan we nu mee trommelen
Van je rommeldebommeldebom
De duimpjes zijn de dikste
De pinkjes zijn maar klein
Nu moeten alle handjes
Weer vlug op je ruggetje zijn



bron:www.peuterplace.nl

klein kaboutermeisje.

uitleg:
Je peuter zit op de grond.
Jij zingt het liedje en loopt om je peuter heen.
Bij “sta op” staat je peuter op en droogt zijn traantjes af.
Hij kiest een kindje uit en samen dansen ze het liedje uit.

Er zat een klein kaboutermeisje
Huilend op een steentje
Huilend, huilend, helemaal alleen
Sta op, meisje lief en droog je traantjes af
En kies een kindje uit de kring
Die met jou dansen mag
La la la la la la la la la la la la

kaboutervrouw-pop

bron: www.peuterplace.nl

Zakdoekje leggen

De kinderen zitten in een kring.
Eén kind loopt buiten om de kring heen.
Hij of zij heeft een zakdoekje (of een ander voorwerp) in de hand.
De kinderen in de kring zingen het liedje:

Zakdoekje leggen,
Niemand zeggen,
Ik heb de hele nacht gewaakt.
Twee paar schoenen heb ik afgemaakt:
Een van stof en een van leer,
Hier leg ik mijn zakdoekje neer.


De kinderen hebben hun hoofd voorovergebogen, zodat ze niet kunnen zien waar de zakdoeklegger is.
Aan het eind van het lied legt het kind het voorwerp achter een kind dat in de kring zit.
Dan wordt het volgende gezongen:

Kijk voor je... Kijk achter je...

Het kind, bij wie het voorwerp ligt, staat op en probeert de zakdoeklegger te tikken.
Dat moet voordat de zakdoeklegger om de kring is gelopen en weer op zijn of haar eigen plaats is gaan zitten.
Het spel eindigt als dat kind getikt wordt of op zijn eigen plaats gaat zitten.
Het kind dat de zakdoek heeft gekregen, is de nieuwe zakdoeklegger.